BHUTAN
Reis van 15 maart t/m 7 april 2008 (deel 1)
De eerste twee dagen gaan op aan reizen. We vliegen van Amsterdam naar Delhi waar we overnachten. ’s Morgens vroeg vertrekken we alweer naar het vliegveld voor een vlucht naar Bogdagra waarna we nog enkele uren door Noord India rijden. In het donker bereiken we de grens van Bhutan. Jammer, want daardoor zien we de mooie poort die de grens markeert niet.
Maar we zijn wel echt in Bhutan: het is er schoon en rustig en dat is een groot contrast met India, dat heel erg druk en vreselijk smerig is.
Phuentsholing is de grensplaats en de volgende morgen vroeg maak ik een wandeling om de eerste indrukken van Bhutan op te doen: vriendelijk en een stuk meer geordend dan het buurland. Ik loop onbewust door de poort om zo weer in India te belanden. Aangezien mijn paspoort nog bij de reisleider is wandel ik maar snel terug. De grenscontrole zegt me vriendelijk gedag en ik loop terug naar Bhutan. Dat is wel een mooie gelegenheid om de poort op de foto te zetten.
Na het ontbijt vertrekken we met een spiksplinternieuwe bus naar Paro, een rit die ongeveer 8 uur zal duren. Dat is dus eigenlijk een derde reisdag, maar vanaf nu is het genieten van de bergen en het land.
De Highway is een geasfalteerde weg, die niet veel breder is dan de bus. Als er tegenliggers komen moet er worden uitgeweken. Gelukkig zijn er voldoende uitwijkplaatsen en is het verkeer niet massaal. Het blijft zo gedurende de verdere reis: smalle wegen, weinig verkeer.
Onderweg naar Paro hebben we nog wel enig oponthoud, omdat men de weg op sommige plaatsen aan het verbreden is.
Via een prachtige route komen we in Paro. Op de kaart staat dit als een stad, maar eigenlijk is het een groot dorp. Steden kent Bhutan niet. Het is wel even wennen aan de honden. Er zijn heel erg veel; helemaal niet agressief, maar ze blaffen wel de hele nacht door!!
Het uitgaansleven van Paro beperkt zich tot wat barretjes, waar we Bhutanees bier drinken: Druk11000 of Red Panda. Er is één officiële bioscoop, maar vanwege het festival worden er bars en huizen ingericht tot bioscoop waar op de muur een Indiase film wordt vertoond.
Er is zelfs een tijdelijke bioscoop met drie ‘zalen’: het gebouw is nog in aanbouw en de zalen worden afgeschermd met plastic doeken.
In Paro maken we de tweede dag van het jaarlijkse festival mee. Dit festival duurt vijf dagen en op de laatste dag wordt de tangka uitgerold. Dat maken we niet mee, maar een dag festival is indrukwekkend en geeft een goede indruk hoe Bhutanezen zo’n festival beleven. Ook bezoek ik de dzong nog.
De tweede dag in Paro betekent klimmen! De eerste wandeling staat op het programma en die betreft een wandeling naar Tiger’s Nest. Dit Taktsang Klooster is gebouwd op de plek waar Guru Rimpoche, de man die het boeddhisme naar Bhutan bracht, met een tijger naar toe is gevlogen. Het klooster ligt tegen een berg aangeplakt op een hoogte van 900 meter boven de vallei van Paro. De klim gaat steil omhoog en we zijn niet de enigen die ons hier aan wagen. Een bezoek aan dit klooster is een ware must voor de Bhutanreiziger.
De beloning aan het eind van de klim is grandioos: een mooi klooster, dat merkwaardig tegen de berg is gebouwd en een prachtig uitzicht over de vallei.
De tocht naar boven en beneden neemt zo’n 4 uur in beslag.
Na de lunch bezoeken we het nationaal Museum, dat zich in een oude wachttoren bevindt. Niet alleen de collectie is de moeite van het bekijken waard, maar het gebouw zelf is ook fantastisch om te bekijken. Met dit museum besluiten we ons bezoek aan Paro en rijden we naar de hoofdstad Thimphu.
’s Avonds wandel ik met nog een paar groepsleden door de stad, die echter al vrij vroeg een uitgestorven indruk maakt. In de Benez bar, waar de barman zowaar Nederlands spreekt omdat hij een tijdje in Nederland heeft gewoond, nemen we nog een afzakkertje.
De volgende morgen bezoeken we een tentoonstelling, die hier is ingericht als voorbereiding op een bezoek aan Washington later in het jaar. Er zijn demonstraties van de 13 ambachten, er is boogschieten, de nationale sport, en later worden er ook volksdansen uitgevoerd. Het is een leuke ochtend, ook al omdat er veel schoolkinderen zijn die alles serieus bekijken en overal aantekeningen van maken.
’s Middags is een ‘vrije middag’ en bezoek ik het Thaise Paviljoen en loop een beetje door de stad om de sfeer te proeven en foto’s te maken. Op mijn tocht ontmoet ik Ugyen Tshering, de kandidaat voor Noord Thimphu van de partij Druk Phuensum Tshogpa. Hij is met een groep campagne aan het voeren voor de eerste nationale verkiezingen in het land op 24 maart. Hij vindt het niet belangrijk dat er op zijn partij wordt gestemd, àls er maar gestemd wordt. Ik schud met het hele team de hand en wens ze veel succes bij de verkiezingen.
Het VAST (Voluntary Artist Studio Thimphu), waar lokale artiesten hun talenten kunnen ontplooien, bezoek ii hierna. Er is een aardige tentoonstelling van werken van die kunstenaars.
Aan het eind van de middag gaan we met de groep naar de dzong, het gebouw waar de overheidsdiensten zich bevinden en ook tempels en monniken zijn.
Na het avondeten in een Indiaas restaurant gaan we nog met een groepje ‘stappen’ en komen in een barretje waar de lokale gasten weglopen als wij binnenkomen en waar we nieuwe gasten tegenhouden door onze massale (6 personen) aanwezigheid. Dus geen goede situatie om met de Bhutanezen in contact te komen. In Paro ging dat makkelijker, maar daar waren we ook met minder mensen in de bars.
Verder>>>