Na een vlucht via Parijs komen we in Bamako, de hoofdstad van Mali. We worden welkom geheten door de gids Henko, die vertelt wat ons de komende weken te wachten staat.
Op 5 juli bezoek ik het nationaal Museum in Bamako. Het is hier erg donker omdat de verlichting het niet doet. Verder loop ik wat door de stad om de Afrikaanse sfeer op te snuiven en te genieten van het straatleven.
De volgende morgen vertrekken we naar Sikasso, waar we aan het eind van de middag arriveren. Ik loop maar wat door het stadje en neem rustig wat foto’s. Veel meer dan “Afrikaanse sfeer” is hier niet te beleven. Sikasso heeft nog wel tata’s (verdedigingswallen), maar deze zijn slecht onderhouden en behoorlijk vervallen.
Op de 7e bezoeken we een dorpje in de omgeving van Sikasso, waar de tata’s nog wel goed intact zijn. Bij de waterval van Farako (15 meter!!) hebben we een picknick.
’s Middags bezoeken we de grotten van Missirikoro. Deze liggen in een rotsmassief dat steil omhoog stijgt in de verder vlakke omgeving. Omdat het licht weigert, is er weinig te zien. In een kleine grot zien we het werk van de fetisjist, die zelf helaas niet aanwezig is. De vloer is bezaaid met kippenveren en geiten- en runderschedels. Dit plaatselijke orakel/medicijnman lijkt dus wel een drukke praktijk te hebben.
Je kunt ook nog de rots beklimmen door middel van kettingen en steile, stalen trappen. Vrijwel iedereen doet dat, maar ik ga naar het naastgelegen dorp om daar wat rond te kijken. Zo in je eentje krijg je een goede indruk van het dagelijkse leven: mannen liggen en praten veel; vrouwen zijn bezig met het eten en de kinderen spelen. Waar komt die rolverdeling toch nog meer voor?
Veel kinderen reageren enthousiast en het is dan ook een plezier om in zo’n dorp te mogen zijn. Er zijn ook heel veel vogeltjes: de red neck bishop.
Na de overnachting in Sikasso rijden we naar Mopti en doen zo’n 10 uur over die tocht met een lunch in San: rijst met pindasaus (dit blijkt zo’n beetje het dagelijkse voedsel te worden, al zal de pindasaus afgewisseld worden met een rode saus). Onderweg ook nog gestopt in een dorpje met een mooie moskee. Hierna is het mooie weer afgelopen en krijgen we hoosbui na hoosbui en af en toe zie je echt niets. De chauffeur probeerde in zo’n bui een vrachtwagen in te halen en dat was een moment waarop menig groepslid zich afvroeg hoe het ook alweer in de reisverzekering geregeld is met de terugkeer van doden en gewonden naar Nederland. Het was een griezelige manoeuvre en het scheelde maar een haartje of de bus en de vrachtwagen waren tegen elkaar gekomen en dan zouden we naast de weg terecht gekomen zijn midden in deze woestijn, die hier een stuk lager dan de weg ligt.
Maar gelukkig halen we Mopti en blijven daar een hele dag. Ik kijk bij de haven waar het een drukte van belang is met o.a. de veerboten over de rivier. Heerlijk plekje om te zitten, wat te drinken en kaarten voor het thuisfront te schrijven.
In de middag bezoek ik de moskee, een merkwaardig bouwwerk zonder een grote ruimte zoals in de meeste moskeeën elders op de wereld. De lemen bouw in Mali vraagt veel ondersteuning en daarvoor zorgen overal dikke lemen pilaren. Het is door die dikke lemen muren wel lekker koel binnen.
Hierna loop ik nog wat rond door de oude stad en beland ik in een opvangtehuis voor doven en wezen en ga ik met een stel kinderen zingen.
Lees verder>>> |