|
|
| MALI 4 t/m 23 juli 1997: deel 2 (het Dogongebied) |
Via Songo en Bandiagara rijden we naar de Falaise, het omhooggestuwde land, dat zich over zo’n 200 km uitstrekt: het gebied van de Dogon. Na de lunch in Dourou maken we een schitterende afdaling te voet.
Onderweg zien we in de verte een hoop grijze lucht en vragen ons af wat dat is. Het blijkt een zandstorm te zijn, die vergezeld gaat van bliksem. Ik behoor tot de voorste vier van de groep en als we beneden zijn besluiten we om door te gaan, want het dreigt ook te gaan regenen, dus kunnen we beter doorlopen naar het dorp. Eensklaps zijn we omgeven door de zandstorm en is het aardedonker. Je kunt nog geen 2 meter vooruit zien, maar we rennen achter elkaar aan in de richting waar we het dorp hadden gezien. Jongetjes komen met zaklantaarns in onze richting, want die hadden ons aan zien komen en zij brengen ons naar een school. Daar zijn we net op tijd, want een enorme stortbui barst los; een complete wolkbreuk die het landschap – voor zover zichtbaar – in een rivier verandert. Een zeer angstwekkende belevenis. Vooral die plotselinge duisternis overdag in combinatie met het onweer dat losbrak, maakte het tot een angstig avontuur.
Als we met ons vieren al in de school zitten, komen een voor een de anderen van de groep – opgehaald door jongens van het dorp - drijfnat binnen. Bij sommigen was echt alles doorweekt, ook de rugzak. Triest, maar wel heel blij dat ze binnen waren.
Als alles weer opgeklaard is kunnen de spullen gedroogd worden, want het is meteen weer warm. ’s Nachts slapen we op het dak van een huis in Nombari, ons eerste dorp van de Dogon.
In Nombari krijgen we een rondleiding; dit is een zeer mooi Dogondorp. Ook gaan we steil omhoog naar Idjali en lopen verder naar Tireli voor de lunch en voor de volgende overnachting. Het is een heel aparte belevenis om in deze Dogoncultuur door te brengen. Vele huizen en graanschuurtjes zijn van leem en tegen de rotsen gebouwd.
De volgende dag lopen we via Tireli we naar Banani. Onderweg bezoeken we Ireli, een ander mooi Dogon-dorpje. Ook het dorp boven wordt hier bezocht, maar hier heb ik afgehaakt, want het is me te heet en ik ben veel te moe.
In Banani eet ik ’s avonds ook niet; ik ben te moe en ga al om 20 uur naar bed. Blijkbaar doet goed voorbeeld goed volgen, want de meesten gaan ook slapen. Zo’n tocht in de hitte ga je toch wel goed voelen. Om 1 uur word ik wakker door paniek: het gaat regenen, dus moeten we van het dak af. Iedereen probeert een plekje binnen te vinden in de warmte. Maar ook hier lekt het, dus moeten we een droger oord zoeken. Het duurt gelukkig niet al te lang en kunnen vrij snel het dak weer op. Verder lekker geslapen.
De derde dag van de Dogontocht lopen we naar Banani en krijgen een uitgebreide rondleiding. Daar zien we ook de Hogon, de dorpsoudste en opperpriester.
Vervolgens verlaten we de falaise en gaan naar boven, een hete maar mooie belevenis. ’s Middags bezoeken we Bong, waar ‘ouderen ‘ van het dorp bezig zijn om zaken in gereedheid te brengen voor het raadplegen van het orakel: velden worden in bepaalde patronen gelegd in overeenstemming met wat je wilt weten. Daarover worden pinda’s gestrooid, die ’s nachts door de vossen worden opgegeten. De patronen die door die vossen gemaakt worden bepalen het antwoord op je vraag. We overnachten in Sangha.
Lees verder>>> |
|
|