|
|
INDONESIË 1992: kleine Soenda-eilanden en Sulawesi (2)
De volgende dag rijden we naar Bima op Oost Sumbawa, zo'n 250 km verder. We maken een tussenstop in Empang, waar op een klein marktje een band optreedt. Als toeristen trekken we echter meer aandacht dan deze groep, zodat ze na verloop van tijd geen publiek meer hebben en iedereen om ons heen staat. Jammer voor de band, want ze staan er om medicijnen te promoten.
De lunch wordt zittend op de weg genuttigd, omdat er nergens een leuke plek is. Ik eet niets, want het lunchpakket is vergeven van de mieren. Na wat geritsel in de struiken en de roep van iemand uit de groep: “Hé, apen!!”, ziet niemand nog een aap, want die zijn geschrokken van het gebrul. Vanaf de lunchplaats loop ik een stuk vooruit. Het is dan rustig en zie ik de apen alsnog.
Aan zee stoppen we bij een dorpje waar zout gewonnen wordt. De mensen zijn erg vriendelijk en als we wegrijden staat iedereen naast de bus om ons uit te zwaaien. Om ongeveer 17.00 uur zijn we in Bima en breng ik de avond verder door met rondkuieren, eten en genieten van alles om me heen.
We hebben de eerste dag in Bima een vrije dag en ik ga na het ontbijt met een Ben Hur de stad in. Zo heten hier de paard en wagens. Het zijn dezelfde als op Lombok, maar daar en overal elders heten ze Cidomo. Hier wil men er mee racen, vandaar de naam Ben Hur. Inderdaad wordt in een behoorlijk tempo gereden. Het kleine paardje draaft dapper voort en brengt me naar de haven. Ondanks het feit dat ik geen woord versta van de mensen hier voer ik een heel gesprek met een paar mannen: zij in hun taal en ik in de mijne en we amuseren ons prima.
In de stad loop ik over een grote markt. Men reageert spontaan en vriendelijk en contacten zijn er zo gelegd. In een stalletje koop ik iets eetbaars waarvan ik geen vermoeden heb wat het is. In ieder geval iets met kokos en veel suiker. Het smaakt lekker, maar het leukste is al die mensen om me heen, die staan te lachen en te wachten op mijn reactie. Ik koop dan een hele voorraad en deel dat aan alle omstanders uit. Dat wordt gewaardeerd, al versta ik geen klap van wat ze allemaal zeggen.
Langzaamaan kom ik weer in het "centrum" van Bima en via een smal straatje kom ik in een doolhof van kleine straatjes en steegjes die vol staan met allerlei koopwaar. L:ekker dwalen dus voordat ik weer naar het hotel ga.
's Middags gaan we naar Samburi, een dorp waar de Dou Donggo wonen. Via een schitterende route door de bergen gaan we op een gegeven moment de bus uit om de rest van de route wandelend af te leggen.
Het dorp ligt mooi tegen een berg en al van ver hoor je de geluiden: kippen, hanen, een smid aan het werk. Het is hier heerlijk ontspannen wandelen en overal kun je een kijkje nemen. Er wordt door een groep meisjes gezongen; anderel meiden staan te giebelen; kinderen lopen gezellig mee; mannen zijn nieuwsgierig. Ik laat af en toe eens iemand door mijn camera kijken; dat lokt altijd leuke reacties uit.
Na dit ronddwalen door het dorp worden we ontvangen in het huis van de Kepala Desa, het dorpshoofd. Hier krijgen we thee en bieden we onze geschenken aan: olie, schriften, pennen, rijst, e.d. We zingen met vereende krachten het Vader Jacob nog maar eens. Dit niet zozeer om het dorpshoofd gunstig te stemmen, maar meer om de hele bevolking, die buiten om het huis staat, iets te bieden. Het dorpshoofd haalt daarna één van de zingende meisjes en een paar oude vrouwen en gezamenlijk zingen ze een schitterend lied voor ons.
Omdat de dag alweer mooi opschiet gaan we terug en via allerlei mooie gezichten op de zonsondergang, komen we weer in Bima.
's Avonds krijgen we een speciale voorstelling. Een amateurgroep brengt mooie dansen en muziek uit de omgeving van Bima. Lorenzo, de gids die we bij ons hebben op Sumbawa, kondigt alles aan en legt het een en ander uit. Een heerlijke avond, waarbij ik ook heerlijk gegeten heb: Bendang, een lokale vissoort.
De volgende morgen lukt het om met de hele groep om 4.30 uur te vertrekken. Het is een mooie tijd om te rijden, want er is een schitterende zonsopgang.
Bij Sape is het licht. De veerboot naar Flores ligt al klaar. Maar dan blijkt, dat we helemaal niet met de veerboot gaan, maar met een vissersbootje. Dat wordt dus schommelen voor een tocht van ongeveer 10 uur.
Nadat iedereen aan boord is vertrekken we. De zon klimt steeds hoger en de temperatuur ook. Gelukkig is er net voldoende schaduw voor iedereen, zodat het goed uit te houden is.
Om 13.30 uur arriveren we op Komodo voor een bezoek aan de Komodo-waranen, de voorwereldlijke monsters, die alleen nog in Indonesië voorkomen. Als toerist sta je in een omheind gedeelte, want de waranen lopen tenslotte los over het eiland. Toch geeft het niet echt de indruk dat je naar "wild" staat te kijken. De waranen liggen er erg lui bij. Via een rivierbedding lopen we weer terug. Onderweg zien we veel vogels en herten. Helaas verdwijnen de dieren vlug zodra ze onze luidruchtige groep horen komen.
Via een schitterende route varen we tussen allerlei rotsen door en arriveren om 21.00 uur in Labuhanbajo op Flores.
De volgende dag is er geen programma, zodat de meesten uitslapen. Ik ontbijt alleen en Gusty, een jongen van het hotel, stelt voor om vanmorgen een wandeling te maken naar de spiegelgrot. Ik vind dat een prima idee en nog een paar mensen gaan mee.
Na een warme, maar mooie wandeltocht van zo'n drie kwartier komen we bij de grot. De naam spiegelgrot is ontstaan vanuit een spiegeling van het zonlicht in de rotswand, maar dat is lang geleden voor het laatst geweest, want veel is er niet meer over.
Nadat we de grot gezien hebben gaan we naar het huis van Gusty, waar we kennis maken met zijn hele familie. Alle bedden staan hier op een rijtje en Gusty wijst aan waar hij slaapt, gewoon tussen de anderen in. Privacy? Wat is dat?
In de keuken drinken we aan een grote tafel tuak. Hoewel niemand het echt lekker vindt wordt er onverminderd doorgeschonken. Het is een leuke ervaring zo'n familiebezoek.
's Middags ga ik met een paar anderen het dorp in, waar we lekker rondkuieren. Ook nu worden we omringd door kinderen.
's Avonds met Paul een bezoek gebracht aan de plaatselijke bioscoop voor de spannende speelfilm over 5 tijgers (Lima harimau). De zaal zit bomvol. De 5 tijgers zijn 5 mannen, al dan niet met magische krachten, die overal het onrecht of wat daarvoor door moet gaan te lijf gaan. Een ongeloofwaardig verhaal, bedoeld om de ene vechtscène met de andere te verbinden. Maar toch leuk om een keer mee te maken.
De volgende dag begin ik met ziekenbezoek aan Yadi, onze gids die nu met malaria te kampen heeft. Hij heeft inmiddels ook longontsteking, dus blijft hij in het hotel achter om zo spoedig mogelijk weer naar huis te kunnen. Hij is inderdaad vreselijk ziek. Gisteravond heb ik geld opgehaald in de groep en dat geef ik hem, zodat hij een dokter kan betalen.
Om 8.00 uur vertrekken met een nieuwe gids: An. Flores heeft een afwisselend landschap: bos, droge vlaktes, rijstvelden, weer bos. We komen om 14.00 uur in Ruteng.
De stad is een centrum voor alle omringende dorpjes. Daarom zijn er ook veel winkels en is er een levendige markt.
's Middags naar de videofilm gekeken, die Christien tot nu toe van de reis gemaakt heeft. Er was op een kamer een televisie en via de videocamera kon ook afgespeeld worden. Heel leuk om te zien. Ik ben benieuwd naar de hele film, want Christien heeft een leuke manier van filmen.
's Avonds met Ron en Christien bij een Chinees gegeten. De rest van de groep bleef in het hotel.
Dinsdag vertrekken we om 8.00 uur voor de rit naar de volgende plaats: Bajawa. Na verschillende stops lunchen we op een strand. Hier is weer het bekende tafereel: kinderen! Het naburige dorp is uitgelopen, zodat het erg druk is. We zingen met succes, want de schooljongetjes zingen ook een aantal liedjes voor ons. Na ons traditionele “Vader Jacob” begin ik met "Twee emmertjes water halen", want dan moet je nog iets doen ook. Met z'n vijven doen we het voor en daarna willen we de mensen mee laten doen, maar dat gaat wat moeizaam. Uiteindelijk doet het brutaalste jongetje mee en komt de rest er ook bij. We doen ook nog “Witte Zwanen, Zwarte Zwanen” en hebben er allemaal veel plezier in.
Na aankomst in Bajawa en de uitleg van het programma voor morgen is het: luieren, de was regelen, een bintangetje nemen en dagboek schrijven.
|
|