|
|
INDONESIË 1992: kleine Soenda-eilanden en Sulawesi (4)
Maandagmorgen staan we om 8.00 uur op het vliegveld en vertrekken een uur later met een F-27 naar Ujung Pandang. Het is een schitterende vlucht bij helder weer en een mooi uitzicht.
's Middags gaan we met de groep in allerlei becaks op weg naar de oude haven. We worden ergens gedropt en ik ga dan met twee anderen eerst maar eens wat eten in een gezellig familierestaurantje. Daarna laten we de haven voor gezien en gaan we wat shoppen. Hoewel, shoppen wordt het nauwelijks: winkel in, winkel uit en vreselijk veel plezier maken met het personeel, dat die buitenlanders wel grappig vindt; en wij hen natuurlijk.
Ook bezoeken we verscheidene Chinese tempels, waar we hartelijk worden uitgenodigd om rond te kijken. Deze tempels hebben een heel aparte sfeer: veel rood, goud en wierooklucht. Wat er allemaal precies gebeurt is niet duidelijk, maar bijzonder en mooi om mee te maken.
We eindigen onze rondgang in een bierbar. Ujung Pandang is daarom bekend en volgens de boekjes wordt daar door de meisjes nauwlettend in de gaten gehouden wat je drinkt en word je glas steeds bijgevuld. Wij komen in een bierbar waar ook massage is. Het blijkt een soort bordeel te zijn. De meisjes zitten klaar, zijn niet opdringerig en als je het niet weet, valt het niet eens op. Er zitten ook echtparen, want er is ook een karaoke-gelegenheid. Sommige mensen maken daarvan gebruik door zo vals mogelijk mee te zingen.
's Avonds eten we bij Irani, een zeer bekend restaurant voor karaoke. Maar vooral een prachtig uitzicht over Ujung Pandang en de boulevards en het voortreffelijk eten zijn klasse!. Maar karaoke laten we aan de Indonesiërs over.
Daarna komen we de anderen van de groep weer tegen, die al in het hotel terug zijn. Zij hebben allemaal keurig de haven en Fort Amsterdam bezocht en gegeten bij de Pizzahut. We zijn blij niet met hen meegegaan te zijn, want ons programma was gelukkig toch iets Indonesischer.
De volgende dag vertrekken we om 7.30 uur naar het noorden: Tana Toraja. Na de koffiestop blijkt de bus niet meer te willen starten en zitten we tot na de lunch vast. Intussen heeft Obbo een paar busjes uit Parepare geregeld, die ons uiteindelijk verder brengen. Twee busjes voor de hele groep met bagage blijkt wat aan de krappe kant, dus beginnen sommigen al te mopperen. Met de vier jeugdigen uit de groep, zet ik me bovenop de bagage, zodat de rest meer ruimte heeft! We maken er een plezierige reis van naar Rantepao.
In de namiddag krijgen we een uiteenzetting van Jozef, onze gids ter plekke, over wat hij de komende dagen allemaal met ons van plan is. Dat is erg veel en geeft geen ruimte voor vrije tijd. Er moet misschien ingegrepen worden. In ieder geval is het plan om morgen naar een begrafenisplechtigheid te gaan, waar ook ritueel buffels worden geslacht.
Na weer een nacht rust vertrekken we naar de begrafenis. In Toraja-land is dat een hele belevenis, die pas kan plaatsvinden als de hele familie aanwezig is en er voldoende geld is om alles goed uit te voeren. De begrafenis waar wij (en nog vele andere toeristen) terecht komen, betreft die van een rijk en zeer bekend man, die drie weken eerder is overleden.
Eerst worden er koeien aangevoerd, die door de familie worden gekeurd en al dan niet gekocht. Daarbij wordt tevens per koe bepaald waar deze naar toe gaat: het dorp, de kerk (Toraja's zijn christelijk) of voor eigen gebruik. Dit is een aardig gebeuren, waarbij de hele familie rond een groot plein zit te kijken en met elkaar zit te praten. Ook wij zitten daartussen en worden net zo welkom geheten als iedereen met koffie, thee en koek.
Na de keuring van de koeien volgt dan het ritueel slachten op een open terrein, waarbij de ene koe na de andere een flinke haal door de keel krijgt en neerstort, nog wat stuiptrekt, maar vooral heel erg bloedt. Dat bloed wordt opgevangen in bamboekokers en wordt gebruikt (naar men zegt) om de potentie van de mannen te verhogen.
Het bijwonen van dit doden valt mee, omdat het zo in het hele ritueel past. Bovendien gaan de Toraja's er zo gewoon mee om, dus waarom zullen wij westerlingen daar moeilijk over doen?
Bij het slachten doen verscheidene mannen per koe mee. Eerst wordt de huid er netjes afgestroopt en daarna worden de koeien in onderdelen uit elkaar gehaald. Deze stukken worden naar het plein gebracht waar de koeien eerst gekeurd waren, en daar worden ze uitgelegd op uitgespreide palmtakken. En daarna wordt het avondmaal voor de hele familie voorbereid.
Intussen hoor je ook het gekrijs van varkens. Ook zij worden geslacht; vandaar dat krijsen. Varkens zijn intelligenter dan koeien, dus weten ze wat er gaat gebeuren. In afwachtiging van die slacht liggen ze vastgebonden langs de kant van de weg en dus veel meer dan krijsen kunnen ze niet doen!
Na dit ritueel lunchen we in Rantepao. En gaan naar Londa voor bezichtiging van rotsgraven en Tao Tao-beelden, die ter nagedachtenis aan overledenen worden gemaakt en in een soort galerij neergezet. In de grotten staan allerlei lijkkisten schots en scheef door elkaar, sommige zijn door de tijd vergaan en open, schedels liggen her en der evenals andere botten. Wel heel apart, vooral als je bedenkt dat sommige meer dan 100 jaar oud zijn.
In Kete Kesu, onze volgende stop, zijn hanggraven. Deze bevinden zich aan een rotswand op lange stokken. Ook hier zijn in een rots enkele tientallen tao tao.
's Avonds ga ik met Paul en Bert eten en naar de disco. Paul en Bian, tde chauffeurs van de busjes, gaan met ons mee. De disco heeft maar liefst 5 verschillende plaatjes die men op volle sterkte afspeelt. Dat wordt snel eentonig en we gaan naar een andere disco en swingen daar even heerlijk op muziek van een heuse band, die vreselijk zijn best doet in een soort Engels te zingen.
Vanmorgen is er een probleem: Jozef heeft ontdekt, dat er ergens nog een begrafenisritueel is, waar men al op de 2e dag bezig is. De geplande dorpentocht kan dus niet doorgaan. Na een lange en verwarrende discussie, splitst de groep zich en ga ik met een groepje van zes naar de begrafenis en de rest gaat dorpen kijken.
In het eerste dorp, Lemo, komen we elkaar alweer tegen, want voor de begrafenis is het nog te vroeg. Verwarring bij de anderen, maar daarna scheiden onze wegen zich echt. In Lemo zien we veel tao tao in de rotswand.
Wij rijden weer terug naar het hotel om ons geschenk voor de begrafenis op te halen. Geen krijsend varken, zoals eerst de bedoeling was, maar een paar sloffen sigaretten en dat is heel wat rustiger in het busje!!
De ceremonie waar we komen is veel intiemer dan die van gister. Bovendien zijn we hier de enige toeristen. Buffels zijn al ritueel geslacht voor de maaltijd van die dag, varkens worden op een vuur geroosterd. Steeds meer mensen uit de omgeving komen met allerlei geschenken: tuak, rijst, varkens, enz. Door het intieme karakter lijkt het allemaal gewonere en vredelievender.
Na een paar uur vertrekken we zuidwaarts, want we willen toch ook nog wel een baby-boom zien. Dat is een boom waar kinderlijkjes in “begraven” worden zolang de kinderen nog geen tanden hebben als ze sterven. De bedoeling is, dat het lijkje weer helemaal vergroeit met de boom. Heel apart om te zien.
Terug in Rantepao komt tijdens de lunch de begrafenisstoet voorbij van de man, op wiens ceremonie we gister geweest zijn.
's Avonds bij één van de chauffeurs op visite. Via smalle steegjes leidt hij me met Paul naar zijn "huis", een kamer waar hij met nog twee anderen in woont. Als we binnen zijn, staat de hele buurt ook in de kamer om naar ons te kijken. Echt een gezellige inloop.
De volgende morgen vertrekken we voor een schitterende wandeling door de bergen en de bossen. Overal zijn kleine Toraja-dorpen. Op verschillende plaatsen staan megalieten, waar vroeger - voordat de Toraja's tot het christendom overgehaald waren - de ceremonies gehouden werden.
's Middags ga ik met Ingrid in Rantepao op pad om nog het één en ander te kopen. We kopen o.a. tuak in een stuk bamboe. Dat levert veel bekijks, gelach en goedkeurende blikken op, want men vindt het blikbaar wel leuk als toeristen zo gek zijn om dat spul te kopen.
In het hotel later met de groep lekker geborreld met deze tuak.
Zaterdagmorgen vertrekken we voor een lange reisdag. Na vele uren met de bus zijn we om 16.00 uur op het vliegveld van Ujung Pandang waar we om 17.45 uur vertrekken met een DC9 naar Bali. Om 21.00 uur zijn we daar weer in Hotel Agu.
Om 7.30 uur opgestaan. Vandaag gaat iedereen naar Ubud en blijf ik achter om te relaxen op het strand. Ik neem een massage en ga naar de kapper. Madi, een jongen die bij het guesthouse werkt, brengt me op zijn motor overal naar toe, dus het is echt lekker relaxen.
Als iedereen terug is uit Ubud, borrel ik met een paar om alvast het eind van de vakantie in te luiden. We eten aan de overkant: de ene helft van de groep buiten en de andere helft binnen, want die hadden het koud. Bij de afscheidstoepsraak van Obbo gaan we allemaal naar binnen en dan hoor ik plotseling roepen "Als dat Loek niet is!" en daar zit Monique, de reisleidster van vorig jaar. Dat wordt dus samen even iets drinken. De disco is nog leeg, dus gaan we naar een bar naast ons hotel. Hier heerlijk zitten babbelen over 'toen'.
Om 12 uur stopt de muziek en komen de bandleden bij ons zitten en beginnen liedjes te spelen die ik ook nog ken van de vorige vakantie. Toen hadden we op Samosir eiland een optreden van een batak-groep en deze jongens blijken ook bataks te zijn. Het wordt een heel gezellige boel met zingen, drinken en eten. Er komen steeds weer flessen op tafel, die ook steeds weer leegraken.
Maandag vertrekken we (mijn kater en ik en natuurlijk de rest van de groep) om 9.00 uur naar Denpasar voor de vlucht naar Jakarta. We checken daar opnieuw in voor Singapore waar we overstappen voor de lange vlucht - zonder tussenstop - naar Brussel. Heerlijk kunnen slapen, zodat ik bij aankomst niet zo moe ben. In Brussel landen we om 8.30 uur en moeten dan voor het vervelendste deel van de reis naar de trein. Normaal neem je op een luchthaven in een keer van de hele groep afscheid. Dat ging nu anders: bij ieder station stapt er weer een deel van de groep uit, totdat Gerrit en ik in Amsterdam als laatsten van elkaar afscheid nemen. Op dinsdag 18 augustus om 14.00 uur thuis na een mooie reis door één van de mooiste landen van de wereld.
|
|