|
|
NIAS
3 t/m 7 augustus 1993
Van 3 t/m 7 augustus 1993 verblijven we op Nias. De eerste dag vertrekken we al vroeg met Smac Airways vanaf Medan op Sumatra in een klein vliegtuig: Geen demonstratie om ons te laten zien wat je moet doen in noodgevallen, geen hapjes en drankjes.
Na een mooie vlucht komen we met een smak neer: klapband!! Het vliegtuig raakt van de landingsbaan en kan nog net voor de bosrand remmen. De brandweer is er snel bij, maar hoeft verder niets te doen. We stappen in het gras uit het vliegtuig. Gelukkig is er niets ernstigs gebeurd.
We rijden met een busje naar het dichtstbijzijnde dorp en doen inkopen op de markt. Op het strand wordt een heerlijke lunch bereid, waarbij de vis boven een vuurtje wordt geroosterd.
Met de bus gaan we verder, maar onderweg wordt gestopt en mogen we lopen. De tocht gaat 1,5 uur lang bergopwaarts over paden met ongelijke stenen, door rivieren en door de regen. Omdat de bagage op de rug mee moest was het een zware start van deze vakantie. Ik was aan het einde helemaal kapot en had blaren op de kleine tenen. Na enkele liters thee en water gedronken te hebben kwam ik na zo'n twee uur weer bij.
Vervolgens kunnen we in een riviertje mandiën, waarbij we vergezeld worden van een horde kinderen en een enorme stortbui. De kinderen gaan met ons het water in. Omdat wij een zwembroek aan moeten is het omkleden nogal een gedoe. Bruine Niaskindertjes kijken goed naar witte mensen, vooral als ze hun broek uittrekken, want zit daar nu wel hetzelfde als bij hun? Met de kinderen de rivier in en dat werd een gezellige boel.
Op de terugweg zingen we met z'n allen: Burung kakatua.
Vervolgens wordt er gevolleybald en dat veroorzaakt heel wat hilariteit. Vooral de vrouwen vinden die lange Hollanders prachtig en de kleine mannetjes van Nias springen hoog om dezelfde hoogte te krijgen. Dat halen ze niet, maar volleyballen kunnen ze wel heel goed.
Na het diner van rijst, kip, ei en komkommer gaan we om 21.00 uur naar bed onder het toeziend oog van tientallen kinderen, die uiteindelijk om 22.00 uur worden weggestuurd. Dat is wel even wennen, want vanaf onze aankomst in de rumah adat, het huis waar we logeren, staan er permanent veel kinderen en volwassenen alleen maar te kijken wat we allemaal aan het doen zijn.
De volgende ochtend vertrekken we al vroeg voor een wandeltocht van zo'n 3 uur. Door de blaren, die al kapot zijn, valt het lopen erg moeilijk. Daarnaast zijn de stenen paden glad van de regen, dus dat is glibberen en glijden.
Na veel gezucht, gescheld en drinken komen we in een dorpje waar we weer op de bus kunnen stappen. Omdat we moeten wachten breng ik even een bezoekje aan een school, waar flink wordt gezongen en de juf met trots de rekenkunsten van de klas presenteert. De klas van 72 kinderen dreunt de tafel van 2 keurig op en juf is zeer tevreden. Een schitterende ervaring.
Met de bus rijden we in ruim 4 uur naar Zuid Nias, waar we in Lagundri in een losmen terechtkomen. Weer ben ik volkomen uitgeteld en heb het gevoel, dat ik al weken onderweg ben. Het is echter pas de 4e dag van de vakantie!!
Lagundri is schitterend: we zitten aan een prachtige baai en de kamer staat op het strand: zo uit je bed de zee in.
De volgende ochtend zijn we vrij en kunnen dus van het strand en de zee genieten.
We vertrekken om 12.30 uur voor een trek door Zuid-Nias. Gelukkig is deze wandeling minder zwaar dan die van de voorgaande dagen of misschien ben ik nu beter geacclimatiseerd. Om 16.00 uur komen we in Botohili. Ik loop wat door het dorp, waar de mensen zeer aardig zijn, al zijn ze hier meer aan toeristen gewend dan in het noorden.
Na het eten gaan we naar de plaatselijke "kroeg". Dit is dus gewoon een winkel, waar men lokale wijn verkoopt. De wijn valt echter nogal zwaar eb dus wordt door de gids ergens anders bier gehaald en met nog een paar andere toeristen en veel dorpsbewoners wordt het een gezellige avond. Samengeperst zingen we met z'n allen en als er weer een beetje ruimte is, wordt er ook nog gedanst. Om middernacht terug door de regen om lekker te slapen op mijn slaapmatje.
Na het ontbijt de volgende morgen is er plotseling veel herrie. Er is ruzie en Niassers praten dan niet alleen erg hard, maar staan dan met hun hele lijf te trillen van de emoties. Oorzaak van de ruzie is het dansen, dat voor ons geregeld is. Vroeger was er één dansgroep, maar door een of ander geschil zijn er nu twee en die willen allebei aan de toeristen verdienen. De ene groep wil niet dat de andere groep voorgetrokken wordt. Dankzij het toerisme is het dorp dus op deze manier in tweeën verdeeld.
Het slot van het liedje is, dat beide groepen voor ons optreden met een half programma.
Leuk om te zien, vooral als blijkt dat het hele dorp ook staat te kijken en van de optredens geniet. Bovendien is er tussen de groepen nog een soort concurrentiestrijd aan de gang van 'wie doet het het beste'? Onze reisleidster moet na afloop de beide groepen in het openbaar uitbetalen, zodat duidelijk is dat de ene groep niet meer krijgt dan de andere.
Na deze geschillen gaan we weer op trek: 3 uur lopen in de regen tot we door het busje weer opgepikt worden. Dit brengt ons weer naar Lagundri waar ik meteen de zee induik en alle vermoeidheid wegspoel.
Na de lunch heb ik een heerlijke massage geregeld, want de conditie is er in het voorgaande jaar niet op vooruit gegaan. En dat merk je best na zo'n 4 dagen lopen over onbegaanbare paden.
Verder is het een middagje lekker relaxen en dat mag ook wel na die vermoeiende tochten.
Nias is overigens een schitterend eiland, dat in geen enkel opzicht te vergelijken is met een ander mij bekend Indonesisch eiland. De ontwikkelingen van al die eilanden zijn allemaal volgens een eigen weg gegaan, vandaar al die verschillen.
's Avonds krijgen we heerlijk kreeft. Er is ruim voldoende, want er zijn al drie zieken in de groep die nu niet mee-eten. Na het eten verdwijnen er nog snel twee naar bed. Het lijkt wel een afvalrace. Maar in ieder geval is er daardoor verse kreeft volop en die heb ik me heerlijk laten smaken.
De volgende morgen vertrekken we naar Gunungsitoli. Hier kunnen we ons wat verfrissen en krijgen we nog een uitgebreide maaltijd voor we 's avonds het eiland zullen verlaten.
Om 19.00 uur vertrekken we naar de boot waar we inschepen en iedereen een eigen 'sjoelbak' heeft voor bagage en slapen: je hebt net ruimte genoeg om je armen naast je neer te leggen, want meer ruimte is er niet en je moet ook niet plotseling rechtop gaan zitten, want dat is slecht voor je hoofd.
De boot heeft meer passagiers dan is toegestaan, want overal zitten, hangen en liggen mensen. Het is zeer benauwd, maar gelukkig is op het achterdek nog wat ruimte om te luchten.
|
|