|
|
SIBERUT
10 t/m 13 augustus
1993
Met de boot vanaf Padang komen we in de in de buurt van Siberut om 6.30 uur en daar gaat de boot voor anker, omdat hij niet dichterbij het eiland kan komen. Langszij komen lange smalle boten en daarin moeten we overstappen. In een klein pensionnetje een hapje gegeten om daarna nog wat rond te wandelen in Muarasiberut, de "hoofdstad" van het eiland.
Na het ontbijt lopen we met de bagage op de rug lopen naar een haventje, waar twee boten voor ons klaar liggen. Er volgt een schitterende tocht van zo'n 2 uur over de rivier met verrassende gezichten op de jungle. Af en toe komt een kano langs met vissende vrouwen. De zon brandt behoorlijk en er is geen beschutting in de open boot.
Op de plaats van aankomst staan al heel wat mensen te wachten, die ons met een handdruk en het Siberuts "Anai leu ita" welkom heten. Het Siberuts is een heel aparte taal, die in de verste verte niet lijkt op Indonesisch of Maleis.
Als we soms dachten dat we er al waren, omdat de mensen ons zo vriendelijk welkom heten, dan komen we bedrogen uit: er staat nog een fikse wandeling voor de boeg. En daarmee begint het echte leven op Siberut. Er zijn geen paden, maar de doorgangen door de jungle bestaan uit in de lengte achter elkaar gelegde boomstammen en -stammetjes. Het is de bedoeling dat je erover loopt, want anders loop je het risico in de blubber te zakken. Op deze manier wordt het een zeer zware en vermoeiende tocht, want niemand kan ook maar enigszins met de aangetrokken zware wandelschoenen op de stammetjes blijven. Dat is dus glibberen, glijden en vloeken.
Na zo'n anderhalf uur zweten, zwoegen, zuchten en zuigen komen we dan op de plaats van bestemming: het rumah adat van een familie. De mensen hier zijn zeer vriendelijk; een aantal groepsleden minder. Zij balen ontzettend vanwege de omstandigheden en besluiten om de komende dagen niet meer van de plaats af te komen: één zo'n wandeling is genoeg!!
Gelukkig kunnen we bijkomen met zeer veel thee om al het verloren gegane zweet weer aan te vullen.
Intussen krijgen we ook wat meer oog voor de omgeving: varkens, kippen, blubber en kijkende mensen.
Zowel de kippen als de varkens eten sago uit een voorgewerkt stuk boomstam en uiteraard vermaken de varkens zich best in de overal liggende prut.
De lunch bestaat uit meegebrachte indomie en zo komt het zoutgehalte ook weer aardig op peil. Tijdens deze lunch begint het plotseling te hozen. Dat doet meteen denken aan het verhaal, dat het op Siberut minimaal 300 dagen per jaar regent ..... . Dat is goed voor het prutgehalte de komende dagen en bovendien worden de stammetjes dan een stuk gladder. Dat zal wel mooie capriolen te zien geven.
's Middags moet er weer gelopen worden. Zelfs degenen die geen voet meer zouden verzetten zijn nu over de eerste reactie heen en lopen toch mee. De eerste drie kwartier gaatde wandeling over eenzelfde soort 'pad' als vanmorgen. Maar we hebben al een beter inzicht waar je wel en waar je niet naast de balken kunt staan. Soms echter zijn de doorgangen zo moeilijk, dat je wel tot over je enkels in de prut zakt. Maar alles went. Na dit eerste stuk moet er nog een hele afstand afgelegd worden dwars door de jungle. De mensen van het dorp kunnen feilloos de richting bepalen. We zijn op zoek naar een bepaalde boom. Uiteindelijk wordt deze gevonden en gekapt. Daarna wordt de bast eraf geschild; vervolgens de buitenbast van de binnenbast gescheiden en deze laatste wordt dan opgerold en meegenomen.
Terug bij huis moet er gewerkt worden. Met speciale hamers wordt de bast bewerkt: platgeslagen zodat er een soort 'stof' ontstaat doordat de harde vezels zachter worden. Daarna wordt dit gewassen in de rivier en te drogen gehangen. Uiteindelijk moet dit onze kleding worden.
Na deze arbeid is het goed baden in de kamar mandi van de familie: het riviertje dat even verderop stroomt en waar je via een glibberig pad kunt komen. Onder de modder kom je dus weer thuis.
's Avonds gedineerd met rijst, groenten en sardines. Allemaal meegenomen spul, want het eten van de mensen hier kunnen wij slecht verdragen. Om 21.00 uur naar bed onder de klamboe.
De volgende morgen staan we om 6.15 uur op en na het ontbijt begint de werkdag met sago vijlen: een dikke stam ligt op de grond en aan weerszijden zitten de mensen met een grote rasp, die heen en weer gehaald wordt. De geraspte sago wordt met een scherp mes verder fijn gehakt en in een mand gedaan. Dan wordt het vervoerd en 'gewassen' en geperst in een grote bak met water. Van daaruit loopt water met geperst sago in een andere bak en het bezinksel daarvan is het uiteindelijke meel, dat gebruikt wordt voor de consumptie.
Na een theepauze vertrekken we met mannen en vrouwen het bos in en na zo'n 20 minuten klauteren vinden we een boom, die gekapt wordt en open gehakt. Men is op zoek naar houtmolm, want daarin bevinden zich grote witte larven van een tor. Deze wordt gegeten als lekkernij. Dat eten laten we graag aan de mensen hier over. Zelf hebben we niet zo'n trek.
Na terugkeer wordt de gong ingewijd. Deze gong is een geschenk van Buhlullu, de gids die nu voor het laatst is en afscheid neemt. Bij de mentawai moeten dode dingen ingewijd worden om ze een ziel te geven. Deze ziel moet van een levend wezen overgebracht worden op een dood wezen. Met een zwarte kip wordt een bepaalde ceremonie uitgevoerd waarna men met dit beest rondloopt en iedereen aanraakt. Daarna wordt de nek omgedraaid en heeft het beest haar functie vervuld. Inmiddels is ook een varken gevangen en die moet er dus ook nog aan geloven. Een soort rituele slachting, waarbij bloed uit de halsslagader wegloopt, betekent het einde van het dier.
Beide beesten worden er overigens later wel opgegeten, zodat het niets verloren gaat.
's Middags begint het te stortregenen en de rest van de middag wordt het niet meer droog. Dus dat is luieren, lezen, schrijven, kletsen.
Het diner bestaat uit patat (!!) Na het eten is het zingen geblazen, de Mentawai zingen hun eigen liederen en de Nederlanders? Schaamte? Minderwaardigheidscomplex? Ik weet het niet, maar bijna niemand wil iets terugdoen. Dan begin ik maar alleen, wat door de mensen gewaardeerd wordt. De rest van de groep was helaas niet echt ondersteunend.
Ook de volgende dag is het weer om 6.15 uur opstaan en na het ontbijt vertrekken we om 7.30 uur voor de apenjacht. Bij de inwijding van de gong hoort immers ook nog het vangen en doden van een aap. Pas dan kan men er echt vanuit gaan dat de ziel in de gong is getreden.
We lopen zo'n 3 uur door het oerwoud. De groep die de echte jacht doet is al ver voor ons vertrokken. Immers, wij zouden alle apen wegjagen met ons gebonk van de wandelschoenen, gezucht, gesnuif en gesteun. Maar uiteindelijk vinden we deze echte jagersgroep, die nog niets gevangen blijkt te hebben. Apen komen ook niet zoveel meer voor op Siberut en bovendien hebben de apen een instinct ontwikkeld, dat ze zich niet laten zien als er jacht op hen wordt gemaakt. Ook apen hebben blijkbaar hun overlevingsstrategie.
We gaan weer terug naar de rumah adat, terwijl de jagers nog doorgaan. We duiken de rivier maar in voor een flinke wasbeurt. Door de regen van gister is de rivier zo'n 1,5 meter gestegen en kan er nu lekker gebaad worden.
De middag verder doorgebracht met luieren en wat in de buurt van het huis rondkijken en wat foto's te maken.
Aan het begin van de avond zit de rumah stampvol met gasten uit naburige rumahs. Tenslotte is het onze laatste avond en staat er een feest op het programma. 's Middags iss er een varken gevangen, dat door ons aangeboden wordt om 's avonds lekker op te peuzelen. Het beest wordt helemaal verdeeld onder ons en de gasten.
Twee medicijnmannen zijn bezig zich gereed te maken voor een sessie. Ze kleden zich, wrijven kruiden dooreen onder het zingen van rituele liederen. Ron krijgt uiteindelijk een behandeling aan zijn knie, omdat hij behoorlijk last heeft van zijn meniscus. Volgens hem helpt het helemaal niet. Maar voor ons is het wel een prachtig voorbeeld hoe de medicijnmannen hun patiënten behandelen. Knietje lekker insmeren met kruidenprutje, de geest eruit verdrijven en naar buiten sturen.
Na het avondeten is het tijd om te dansen: we kleden ons in de rituele kleding. De lendendoeken van boomschors gaan aan, er worden wat takken tussen gestoken, een band van palmbladeren om het hoofd en daar ook wat takjes tussen en een kralenketting om. Een paar van de groep doen niet mee omdat ze zich belachelijk voelen. Nu moet ik ook wel zeggen, dat het niet helemaal mijn smaak is, maar de mensen hier vatten het allemaal serieus op en waarderen het erg als je meedoet. Dus waarom zou het belachelijk zijn.
Afijn met al die puur natuur aan je lichaam moet er dan ook nog gedanst worden. Er zijn een aantal drummers die het ritme bepalen en de medicijnman doet het eerst een keertje voor. Daarna wordt iedereen uit de groep die mee wil doen uitgenodigd. Dat gaat om de beurt en ik mag het spits afbijten. Hoewel het allemaal heel simpel lijkt valt het toch behoorlijk tegen en is het erg vermoeiend. Omdat je met gebogen knieën moet dansen heb je weinig steun en is het moeilijk je evenwicht te bewaren. Wat eerst zo'n kort dansje leek, lijkt nu eindeloos lang te duren. Maar gelukkig, er komt toch een eind aan, want de trommels moeten weer opnieuw gestemd worden.
Het stemmen van de trommels gaat bij het vuur. Door ze dicht bij het vuur te houden spannen de vliezen op de trommels weer en komt er weer een beter geluid uit. Tijdens het afkoelen verandert dat geluid en moet er weer opnieuw gestemd worden. dat stemmen is dus na iedere dans nodig en in die tussentijd onderhoudt iedereen zich door gezellig te kletsen: Siberuts, Indonesisch en Nederlands. Zeer intercultureel.
Na het feest worden de bedden gereed gemaakt. Het is vannacht wel een zeer volle bak, want alle gasten uit de naburige rumah blijven ook slapen, dus dat is lekker dicht tegen elkaar aan liggen.
Als je denkt lekker te kunnen uitslapen na zo'n feest moet je hier niet zijn: om 5.00 uur staat iedereen op. Het is een lekker rommeltje met zoveel mensen.
Om 6.00 uur vertrekken we voor een laatste wandeling door de jungle en over de boomstammetjes. Na het afscheid van alle aardige mensen hier maken we weer een lastige tocht, maar we zijn al aardig gewend en na een uur lopen komen we bij de rivier, waar de boten al voor ons klaar liggen.
Met de boot gaan we terug naar Moarasiberut. Doordat we stroomafwaarts gaan en de stroom vanwege de regenval aardig sterk is, zijn we daar in een uur. Het is best mooi om te zien hoe groot het verschil is met de heenweg.
Voor we op de boot naar Sumatra stappen ontbijten we nog even en om 9.30 uur vertrekken we. Er zijn ook enkele mensen van de familie waar we gelogeerd hebben mee: een oude vrouw, die ziek is en onderzocht moet worden met haar kinderen. Voor haar is het de eerste keer dat ze uit haar vertrouwde omgeving is.
Om 17.45 uur komen we in Padang aan en beteknt dit het einde van een paar dagen leven in een totaal andere cultuur. Een fantastische ervaring.
|

|